Een kopje liefde


30 May
30May

Elke zaterdagochtend na mijn hardloopronde kom ik hier – bij koffiehuis ‘Kopje Liefde’ – om uit te puffen en mezelf te trakteren op een verse bak. De geur van gebrande bonen, verse thee en specerijen slaat bij binnenkomst in mijn gezicht. De ondertonen van vanille en cacao vermengen zich in mijn neus, terwijl ik me naar de toonbank begeef voor mijn bestelling.
‘Hallo, is Tim er ook?’ vraag ik aan de nieuweling achter de toonbank. Inmiddels ken ik iedereen die hier werkt bij naam, maar Kevin – dat vertelt zijn naambordje mij – heb ik nog niet eerder gezien. Hij kijkt verwilderd om zich heen, zich afvragend of hij zijn baas zomaar lastig mag vallen voor een willekeurige klant. Micha neemt naast hem een bestelling van een andere klant op en knikt hem toe. De jongen verdwijnt naar het kantoortje waar Tim ongetwijfeld met de administratie bezig is.
‘Lola! Heb je lekker gelopen?’ vraagt Tim enthousiast en hij geeft me een handkus als altijd. Hij ziet er erg aantrekkelijk uit met zijn slanke lichaam, lange wimpers en ogen die sprankelen als zonlicht op een glas, maar zijn handgebaren en overdreven manier van praten maken het overduidelijk dat hij niet op vrouwen valt. Met zijn lange vingers controleert hij of zijn knotje nog goed zit.
‘Hallo, Tim. Heerlijk gelopen. Wat heb je vandaag voor mij in gedachten?’

Leuk verhaal, goed en vlot geschreven, met humor en fantasie.

– Dani van Doorn –


Doordeweeks glip ik, voor ik naar mijn werk toe ga, nog snel even het koffiehuis binnen voor mijn bestelling. Tim zet elke dag twee bekers voor mij klaar. Een dubbele espresso voor de koffiekick en een seizoensaanbieding vanwege zijn afwisseling. Op zaterdags laat ik me altijd weer verrassen door zijn uitstekende smaakcombinaties. Op de een of andere manier weet hij altijd de juiste koffie voor het juiste moment uit te zoeken.
‘We hebben nu Sinaasappelkoffie, lijkt je dat wat?’ Zijn wenkbrauwen wippen op en neer.
‘Jij weet nog beter wat ik lekker vind dan ikzelf.’ knipoog ik hem toe.
Samen met de Sinaasappelkoffie verdwijn ik naar mijn vaste plaats op de eerste verdieping. Vanaf de bar aan de balustrade kan ik de hele ruimte overzien. Ik houd er van mensen te observeren. De stemmen worden gedragen door de lucht en laten het toe te kunnen luistervinken, zonder dat ze het zelf doorhebben.
Een oude man strompelt de bar binnen en kijkt besluiteloos om zich heen. Zal hij zijn bestelling met zich meenemen? Of zal hij hier een plekje zoeken en in alle rust zijn koffie drinken? Dat is nog maar een van de vele keuzes die hij moet maken. Want welke soort koffie wil hij? Een Espresso, Americano, Café Latte of een van de twintig andere soorten op het bord? Wil hij een extra smaak erin, zoals vanille of karamel? Welke versie; de grande of de pico? En neemt hij er nog iets bij of niet? De arme man loopt over van de keuzes en verlaat het pand met een koffie zonder poespas.
Een meid met rode dreadlocks in haar haar en piercings door haar neus en oren vraagt om een Pumpkin Spice Latte, die ze in een teug naar binnen giet, alsof ze een loden pijp als slokdarm heeft, en gaat er direct weer vandoor. De vrouw achter haar in de rij bestelt in alle rust een organische thee uit een mok en kan het niet nalaten te melden dat wegwerpbekers slecht zijn voor het milieu.
Naast haar staat een vrouw haar mobiel te inspecteren, terwijl ze haar bestelling opsomt aan de onthutste Kevin. Een Latte Macchiato, met gestoomd melkschuim in plaats van opgeklopt melkschuim. In een lage brede kop, want ze heeft een hekel aan die hoge glazen en het zorgt voor een betere smaaksensatie. En het melkschuim moet in de vorm van een waterlelie worden gegoten en niet van die laagjes bevatten. Ja, dat was alles. De jongen vraagt haar of ze niet een cappuccino bedoelt en krijgt een dodelijke blik toegeworpen. Ik gniffel geluidloos om het tafereel. Het is een genot om naar te kijken.

Je hebt de setting goed in beeld gebracht. De geur, de verschillende soorten koffie, het personeel. Ook de donkerharige man zie ik duidelijk voor me.

– Margreeth Kooiman –


Naast mij komt een man zitten. Ik bekijk hem vanuit mijn ooghoeken. Hij is lang, heeft kort chocoladebruin haar en ondanks zijn jonge leeftijd wordt het al grijs bij de slapen. Zijn nog bruinere ogen maken me week als marshmallows in een kop warme chocolademelk. Het is alsof hij al mijn gedachten ermee kan doorgronden. Zijn grote handen omsluiten één van de door sommige klanten zo gehate wegwerpbekers. Ik heb hem al eens eerder gezien hier. Meestal zit hij in de hoek naast de toonbank. Maar nu ik hem van zo dichtbij zie valt me pas op hoe knap hij eigenlijk is.
Hij ziet me kijken en knikt mij glimlachend toe. Ik lach terug.
Ik veeg een losgeraakte lok uit mijn ogen in een poging mijn verwilderde uiterlijk glad te strijken en duw hem achter mijn oor, waar hij onwillig twee seconden blijft zitten om vervolgens weer terug te springen voor mijn ogen.
‘Wat een portret hè?’ zegt hij met een knikje naar de toonbank.
Ik ben te druk bezig de lijn van zijn lippen te volgen om door te hebben waar hij het over heeft.
‘Sorry, wat bedoel je?’ vraag ik verward.
‘Ik zag je wel kijken.’ Het klinkt bijna beschuldigend.
Wat bedoelt hij? Zag hij me kijken naar zijn ogen om in te verdrinken? Of weet hij dat ik me af zit te vragen hoe zijn lippen zullen smaken? Ik voel me betrapt.
Hij lacht om mijn verlegen reactie en bekent: ‘Het is mijn favoriete ding om te doen. Ik kom hier vaak om naar mensen te kijken.’
O, de mensen…
Hij haalt zijn schouders op en vervolgt: ‘Dan haal ik een koffie om mee te nemen, maar ga ik hier ergens in een rustig hoekje zitten. Zo kan ik weg als ik er genoeg van heb, zonder mijn koffie overhaast achterover te moeten slaan zoals die meid met het rode haar. Maar soms kan ik hier wel uren blijven zitten. Dat tafeltje daar is mijn favoriet. Daar kan je iedereen bespieden, zonder dat het opvalt.’ Hij wijst naar zijn vaste plek. ‘Daarvandaan kun je alle taferelen rond de bestelling rustig in je opnemen, maar je hebt ook uitzicht op de balustrade.’ Hij neemt een slok, voordat hij het gesprek vervolgt. ‘Ik zag je lachen om die vrouw die meer aandacht voor haar mobiel had dan voor haar koffie – al moet die uiteraard perfect zijn – en wist meteen dat jij een echte bespieder bent.’
‘Schuldig.’ Alsof hij me zojuist betrapt heeft op een zware misdaad, sla ik mijn ogen neer. Ik voel hoe hij me in zich opneemt. De temperatuur in de ruimte lijkt in de afgelopen vijf seconden verdubbeld te zijn en ik wapper mezelf lauwwarme lucht toe om mijn oververhitte wangen enigszins af te koelen.
‘Ik ben net zo schuldig. Ik moet bekennen dat ik in dit geval jou zat te bespieden. Je komt hier elke zaterdag rond een uur of negen en zit hier dan een uurtje mensen te kijken.’
Er ontstaan kraaienpootjes rondom zijn uitdagend observerende ogen. De vlammen slaan nu uit mijn wangen en mijn rappe tong laat me in de steek. De twinkel in zijn ogen zorgt voor een draaikolk van sinaasappel en Arabicabonen in mijn maag. Ik bijt op mijn lip in afwachting wat er verder nog komt. Maar hij neemt een slok uit zijn beker en laat mij verdrinken in zijn stilte. Bij de tweede slok houd ik de stilte niet langer vol.

Je hebt duidelijk veel aandacht besteedt aan eigen stijl en taalgebruik en het ontwijken van clichés en daardoor val je op in de positieve zin.

– Sandra Berg –


‘Laat ik me dan maar eens fatsoenlijk voorstellen. Lola van der Ziel, single en observator van menselijk gedrag, oftewel psycholoog.’ Ah, daar was ik weer.
Hij grijnst. ‘Niels Poort, altijd nieuwsgierig naar het verhaal achter de gewone mens, oftewel journalist.’ volgt hij mijn voorbeeld.
Ik schud zijn stevige hand. Een gelijkmatige krachtige druk, zonder dat mijn kleine hand wordt fijngeknepen, denk ik goedkeurend. Hopend dat ik er goed aan heb gedaan te zeggen dat ik zoekende ben naar een man, houd ik mijn adem in.
‘O ja, ik ben ook single.’ lacht hij er met een knipoog achteraan.
Opgelucht laat ik de warme lucht uit mijn longen ontsnappen.
‘In dat geval, kan ik je nog iets aanbieden?’
‘Een dubbele Espresso sla ik niet af.’
‘In een beker of een kopje?’ vraag ik op flirterige toon.
‘Een kopje. Ik denk dat ik hier nog wel een tijdje zit.’ verzekert hij mij.
Ik wuif en trek de aandacht van Micha. Hij ziet mij en ik sein de bestelling door. Met een duim bevestigd hij dat hij het begrepen heeft.
‘Dat heb ik je vaker zien doen. Hoe weten ze wat je bedoelt?’ Niels klinkt geïntrigeerd.
‘Tim, de eigenaar, leert het personeel bij vaste klanten wat de meest voorkomende bestelopties zijn.
‘Dan kom ik hier toch niet vaak genoeg.’ lacht hij.
‘Misschien zit je te dicht bij de toonbank.’ opper ik.
‘Misschien. Wat zijn jouw standaard opties eigenlijk? Je bent zo ongrijpbaar. Elke keer als ik naar je zit te kijken kies je iets anders.’
Ik haal mijn schouders op. ‘Mijn keuzes zijn elke keer hetzelfde: één voor een dubbele espresso, twee voor de seizoensaanbieding en drie voor de keuze van de chef.’
‘En ik maar denken dat je wispelturig bent, maar volgens mij kan je gewoon niet kiezen.’
‘Oh, ik kan wel kiezen hoor. Ik laat me alleen graag verrassen.’
‘Is dat zo?’ Hij trekt uitdagend een wenkbrauw op.
Ik voel me als chocolade in zijn handen. Smeltend onder die verleidelijke blik.
‘Het leven is al voorspelbaar genoeg.’ hoor ik mezelf zeggen. Serieus, weet je echt niets beters? Zo verkoop je jezelf heus niet, zegt het duiveltje in mijn hoofd.
Niels lacht. ‘Voor iemand die daarvoor gestudeerd heeft is het leven misschien voorspelbaar. Maar ik vind het nog knap lastig te lezen waar dit gesprek heen gaat.’
‘Dat komt waarschijnlijk omdat ik ook geen idee heb wat ik allemaal zeg.’ beken ik schoorvoetend.
‘Misschien moet je dan maar even niets meer zeggen.’ Hij brengt zijn hand naar mijn mond. Zijn vingers leggen mij het zwijgen op. Zijn aanraking zet mijn lippen in brand. Onze ogen dansen een machtsstrijd, waarbij we om de beurten ons even aan de ander verliezen, voor we onszelf weer kunnen herpakken.
‘Weet je…’ fluistert hij, terwijl hij zich naar mij toe buigt. ‘Ik zou je graag willen verrassen, maar ik ben bang dit moment te verpesten.’
Ik voel mijn hart slaan alsof het slagroom staat te kloppen in mijn ribbenkast. Mijn vragende ogen wachten ongeduldig tot hij verder gaat. Zijn vingertoppen glijden langzaam over mijn lippen. Onbedwingbare tintelingen schieten naar de plek van zijn aanraking.
Zijn blik zegt me dat hij nog twijfelt over zijn volgende stap, alsof nu stoppen nog een optie zou zijn. Met een ondeugende twinkeling in mijn ogen bijt ik zachtjes op zijn vingers.
Dat is het teken. Ik zie aan hem dat hij weet dat het goed zit. Dat, wat hij nu ook verder doet, ik reddeloos verloren ben.
Tergend langzaam komt hij dichterbij, totdat hij zacht mijn lippen kust. Mijn benen voelen aan als koffiedrab, maar de cafeïne vliegt door mijn aderen. Zijn zachte warme lippen smaken naar mokkabonen, verslavend lekker. Ik voel zijn handen die mijn hoofd omlijsten alsof het breekbaar is. Mijn hand leunt tegen zijn stevige borstkas. Het is alsof we in elkaar verdrinken. In het moment verdrinken.
‘Pardon,’ kuchend onderbreekt de hartelijke stem van Tim ons intense moment. Zijn wenkbrauwen gaan veelbetekenend op en neer.
‘Zo, mijn twee favoriete klanten hebben elkaar eindelijk gevonden. Ik vroeg me al af wanneer dat zou gebeuren. Volgens mij passen jullie perfect bij elkaar.’
Niels en ik kijken elkaar betrapt aan. Tim gaat gelijk krijgen, dat weten we allebei.
Soms zit liefde al in een klein kopje koffie.

Een goed voorbeeld van het gegeven dat een verhaal niet lang hoeft te zijn om alles in zich te hebben.

– Olga van der Meer –
30May
30May